Maarten Vanden Eynde

 
Belgisch kunstenaar Maarten Vanden Eynde creëerde het werk 'Pinpointing Progress' op het Marktplein. Hij is vooral bezig met sculptuur, video, fotografie, installatie en performance.
 
Hoe meet je vooruitgang? Is menselijke interventie altijd nodig of evolueren we sowieso? En is vooruitgang dan altijd ten goede? Dat is de vraagstelling in Pinpointing Progress. Waar haalde jij je inspiratie?
De sculptuur werd gemaakt voor de Biënnale van Riga in 2018. In eerste instantie ging het over het historisch verleden van de stad en de productieprocessen tijdens de Sovjet-Unie. De objecten die toen vervaardigd
werden, krijgen een centrale rol in het werk.
 
Er zit ook een duidelijke verwijzing in naar De Bremer stadsmuzikanten, het sprookje van de gebroeders Grimm?
Dat klopt. Riga is één van de zustersteden van Bremen. Riga werd ook gesticht door handelaren uit Bremen. Daarnaast staat het bekende beeldje van het sprookje met de ezel, de hond, de kat en de haan, ook in de stad. De Bremer stadsmuzikanten gaat over vier oude en mishandelde dieren die samenwerken om te ontsnappen aan hun kwaadaardige meesters. Het verhaal getuigt over slechte werkomstandigheden en toont de negatieve kant van vooruitgang. Het schenden van mensenrechten lijkt onlosmakelijk verbonden met de modernisering. Pinpointing Progress maakt voorzichtig de
balans op en beseft: ooit stort de Toren der Vooruitgang misschien weer in elkaar.

Jouw werk bestaat uit verschillende opmerkelijke componenten. Zo zien we bussen, mopeds, een fiets, een radio, een telefoon en een minox camera. Kun je daar wat meer over vertellen?
Pinpointing Progress is eigenlijk een restauratieproject geworden en dat vond ik ook wel mooi. Het geheel gaat immers over het preserveren van
bepaalde objecten die evolutie representeren. Mijn werk bestaat uit allerlei elementen die geproduceerd zijn in Letland, het vroegere kloppende hart van de Sovjetindustrie. Helemaal op de punt zie je een processor, een cruciaal
onderdeel op de printplaat van een computer. Het is het enige element van het kunstwerk dat nu nog in Riga wordt gemaakt. Dit element geeft ook
aan dat we evolueren van een maakindustrie naar een communicatie-industrie.

Waar haalde je de onderdelen van het werk?
Van de onderste bus hebben we maar drie exemplaren gevonden in Letland die te koop waren. Die waren allemaal in heel slechte staat. Gelukkig konden we er twee opkopen en daar hebben we een volledig nieuwe bus van gemaakt. Een apart team van zes mensen heeft daar twee maanden lang aan gewerkt. Naar die andere objecten hebben we ook wat moeten zoeken op de tweedehandsmarkt maar dit verliep toch gemakkelijker.

Vanwaar die interesse voor het historisch verleden?
Ik ben vooral geïnteresseerd in de menselijke evolutie gekoppeld aan technologie en de veranderingen die daarmee gepaard hebben. De sporen die de mens nalaat en hoe die in de toekomst gevonden en geïnterpreteerd
zullen worden, spreekt me aan. Dat gaat in eerste instantie over materiële sporen. Als een geoloog in de toekomst bijvoorbeeld een Ikea-kopje vindt, hoe gaat hij dit dan interpreteren en wat voor verhaal verzint hij daarbij? En hoe zal hij het verhaal fan de menselijke maatschappij schrijven? Dat is dan weer een reflectie op vandaag. Alles wat wij nu aan het produceren zijn, is een erfenis voor de toekomstige generaties. In de laatste 70 jaar hebben wij heel veel materialen uitgevonden die duurzaam zijn. Dat zorgt er ook voor dat ze niet biologisch afbreekbaar zijn en ons gaan overleven. Zij zullen
overblijven als restanten van ons bestaan. Voor mij is het heel belangrijk om mensen daarop te wijzen. Het zou moeten leiden tot meer bewuste keuzes.

Wat vind je van de locatie waar je werk te bezichtigen is?
Fantastisch. Ik was heel blij met de locatie en zag meteen dat dit een zeer mooie plek is. Ik zag ook meteen hoe ik het werk wilde positioneren, tussen het Stadhuis en de kerk. Alsof het de straat oprijdt, maar dat er toch genoeg plaats is om rond te lopen. Het is ook een fotogeniek werk. Het is belangrijk
dat mensen een mooi standpunt kunnen kiezen om foto’s te nemen.
 
Een voordeel van de locatie is dat het werk toegankelijk is. Die toegankelijkheid speelt een grote rol in het kunstproject Beaufort. Hoe kijk jij daar tegenaan?
Ik heb veel liever dat mensen mijn werken kunnen bekijken in de publieke ruimte. Grote werken lenen zich ook voor open buitenlocaties. En dat is nu juist de sterkte van Beaufort. Je kunt zelf fysiek bewegen tussen de werken en de steden, waarin de werken staan, beter leren kennen. Allemaal op je eigen tempo.