Naar inhoud
Nieuwpoort homepage

U bent hier: Nieuwpoort > Inwoner > Cultuur > Patrimonium > Monumenten

Monumenten

De beiaard

Vanaf 1413 maken de stadsrekeningen melding van een “enghiene met appeelen”, van “eenen man slaende en betekenende de ueren van den daghe”. De klokken werden vanuit Brugge en Amsterdam naar Nieuwpoort gebracht. Ondertussen is de reeks klokken op de halletoren zodanig uitgebreid dat de ganse inrichting omstreeks 1680 naar de stadstoren werd overgebracht, waar de beiaard beter tot zijn recht kon komen.

In 1735 werd deze beiaard, die niet zeer welluidend kan geweest zijn, door een nieuwe vervangen, met klokken gegoten door Pieter Vanden Gheyn uit Leuven. Enkele jaren later leverde Georgius Dumery uit Brugge nog enkele klokken. Deze beiaard werd volop ingeschakeld in het openbaar leven te Nieuwpoort.
De wereldoorlog 1914-1918 heeft hier bruusk een einde aan gesteld: de beiaardtoren werd door de Belgische genietroepen op 17 oktober 1914 tot ontploffing gebracht; alleen wat stukken brons, enkele beschadigde klokken en de handbeschermers van beiaardier Deschieter zijn bewaard gebleven.
1952 is het jaar waarin, na 35 jaar, de beiaardtraditie terug wordt opgenomen. Er zijn aanzienlijke vernieuwingen: zowel de architectuur van de toren, als de diachromatische vieroctaafsbeiaard zelf, wijken wezenlijk af van de vroegere.

De huidige toren is als bouwwerk voltooid en past bij de stijl van het kerkgebouw. De reeks van 67 klokken (basis Es, 1407 kg) werd gegoten door Marcel Michiels Jr., klokgieter te Doornik en werd gestemd volgens de Pythagorese stemming. Dit delicate werk gebeurde onder toezicht van Victor Van Ghysegem, een deskundige op dit gebied. Dit keer werd de beiaard als muziekinstrument in de klokkenkamer opgesteld en niet meer in de campanile, zoals vroeger gebruikelijk was. In 1992 werd de ganse installatie (met uitzondering van de klokken) vernieuwd door de firma Clock–O–Matic uit Holsbeek (B) waarbij de nieuwste technieken toegepast werden.

Er worden regelmatig beiaardconcerten en beiaardbezoeken georganiseerd.

De Beiaard

Bommenvrij (Schoolstraat)

Het Bommenvrij werd tijdens de Hollandse periode gebruikt als kruitmagazijn en arsenaal, bedoeld om allerlei klein en groot wapentuig, van geweren tot kanonaffuiten, in op te stapelen. Het Bommenvrij is een van de enige gebouwen in Nieuwpoort dat de beide wereldoorlogen overleefde.

Bommenvrij

Duynenhuis (Oostendestraat)

Het Duynenhuis fungeerde als refugehuis van de Duinenabdij in Koksijde. In de middeleeuwen was het immers gebruikelijk dat invloedrijke abdijen in diverse steden in hun omgeving vluchthuizen lieten bouwen. Werden de kloosterlingen tijdens woelige periodes in hun abdijen op het platteland bedreigd, dan konden ze altijd wel in een stedelijk "buitenverblijf" binnen een veilige stadsversterking terecht.
Tijdens het beleg van Oostende (1601-04) was het de residentie van Albrecht en Isabella, vandaar de alternatieve benaming "Het paleis van Isabella". Isabella droeg gedurende deze periode steeds hetzelfde witte bloesje, wat haar de bijnaam "Isabella grauw" opleverde.
Enkel het linker dakvenster verwijst nog naar het vooroorlogse uitzicht van dit historisch pand. Typisch zijn het rondboogvormig venster en de barokke krulgevel in natuursteen. De rest van de gevel vertoont de kenmerken van de neo-Vlaamse renaissancestijl uit de tijd van de wederopbouw in het begin van de jaren twintig. De raam- en overige gevelnissen hebben een korfboogvormige profiel.  De elie- of hartvormige muurankers en de fijne houten roedeverdeling van de ramen zijn speels en decoratief. Deze schermgevel roept ongetwijfeld herinneringen op aan een belangrijke episode uit de middeleeuwse geschiedenis van de kustregio, namelijk de Koksijdse duinheren, de Spaanse aartshertogen en de Reformatie.

Duynenhuis

Huis Crombez- De Barkentijn (Zeedijk)

De Barkentijn op de zeedijk was een grote villa van de familie Crombez. De oorspronkelijke villa werd reeds rond 1868 opgetrokken in opdracht van grootgrondeigenaar Benjamin Crombez volgens de plannen van de Doornikse architect De Man-Bogaert. Talrijke marines van Robert Mols sierden de grote ontvangstzaal van deze luxueuze residentie die betiteld werd als "La Villa des Lapins". Dit werd zo genoemd omdat er inderdaad onder allerlei vormen en op heel veel plaatsen afbeeldingen van konijntjes waren aangebracht. Er waren o.a. konijnenfiguren opgevuld met stro, in porselein of in hout, afbeeldingen in de glasschilderwerken en op de horloges en cementen konijnen bij de voorgevel. Wanneer Benjamin Crombez op de badplaats verbleef, wapperde op het dak van de villa de toenmalige vlag van Nieuwpoort-Baden, namelijk een geel veld met een konijn erop. Dit is een duidelijke verwijzing naar de vele "dunekeuntjes" in het duinencomplex, in die tijd nog een onmetelijk wijd stuk ongeschonden natuur, waar heel dikwijls grote jachtpartijen werden georganiseerd, zoals op 14 augustus 1876 met koning Leopold II.
Maar toen kwam de Eerste Wereldoorlog. Op 13 oktober 1914 nam Koning Albert I er zijn intrek voor een dag en amper een maand later op 11 november ging deze prachtvilla in vlammen op. In 1920 werd aan de wederopbouw gedacht. Onder toezicht van Leon Verlinden en Louis Joyeux moet vooraf de toen bekende “boyau cave” worden verwijderd. Dit was een lange loopgracht van Oostduinkerke tot aan het Hendrikaplein met hier en daar een uitgang, o.m. nabij de huidige IJzerstraat.
Het nieuwe gebouw kwam in 1924 met een gevelbreedte van 62 meter in Normandische stijl tot stand. Prins Karel was er dikwijls op bezoek. Het gebouw was verdeeld in een grote villa, een kleinere villa en een serre. Het ruime dak was doorbroken met dakkapellen en standvensters en achteraan langs de zijde van de "Voie Auguste" (de vroegere benaming voor de Albert I-laan) was een open tuin. Het geheel stond onder  toezicht van de meestergasten-conciërges Louis Joyeux en Georges Levecque.
Na de bezetting van dit gebouw door de Duitse overheid in de Tweede Wereldoorlog werd het van mei 1945 tot september 1946 in gebruik genomen als kazerne voor de ontmijningsdienst van het Belgische leger, waarna het in 1947 een A.E.P.-tehuis voor oorlogswezen was geworden op kosten van de Belgische staat. In december 1948 werd het aangekocht door S.V. Kindervreugd en wordt nu gebruikt als vakantiecentrum.

De Barkentijn

’t Kasteeltje – Cultuurhuis (hoek Langestraat- Hoogstraat)

Op de hoek van de Hoogstraat en de Langestraat staat het voormalig hôtel de l' Espérance, tegenwoordig 't Kasteeltje of het cultuurhuis genoemd. Dit gebouw is representatief voor de architectuur van de burgerhuizen uit de 17de eeuw in de traditionele Vlaamse renaissancestijl. Dankzij een waarheidsgetrouwe wederopbouw in de naoorlogse jaren tussen 1920 en 1925 charmeren zulke gevels nu nog steeds het stadsbeeld.

'T Kasteeltje

Kattesas of 'Oude Veurnesas' en ontwateringsluis

In de nacht van 26 op 27 oktober 1914 werden met het Kattesas in Nieuwpoort de eerste pogingen ondernomen om de IJzervlakte gecontroleerd onder water te zetten. Karel Cogghe uit Veurne, kapitein Thijs en enkele militairen voerden dit uit. Het gebied tussen de IJzer en de spoorwegberm Nieuwpoort - Diksmuide was daarvoor afgebakend door het leger op aanwijzingen van Karel Cogghe. De watertoevoer bleek echter te gering. Vanaf 29 oktober werd dit probleem opgelost door de watertoevoer via een kortere weg van de Noordvaart (Veurne Ambacht) te leiden. Dit gebeurde dankzij de bijdrage van Hendrik Geeraert uit Nieuwpoort, kapitein Umé en enkele militairen. Door deze oplossing kon de opmars van het Duitse leger tegengehouden worden. Het Kattesas werd in 1995 beschermd als monument.

Kattesas

Koning Albertmonument

Het Koning Albertmonument werd opgericht in 1938 op initiatief en met steun van de oudstrijdersverenigingen van de Eerste Wereldoorlog. De IJzer speelde een grote rol tijdens de oorlog, vandaar dat dit monument op de boorden van deze stroom opgetrokken werd. 
Het gedenkteken dateert uit 1938 en is een ontwerp van Julien de Ridder. De beeldhouwer is Karel Aubroeck.
Het monument is cirkelvormig en heeft een diameter van 30m. Twintig zuilen van baksteen uit de IJzervallei dragen een ringbalk van 100m omtrek, boven een kruisvormig terras. Centraal staat het ruiterstandbeeld.
Boven op de ringbalk is een wandelgang met oriëntatietafels, die een prachtig uitzicht over de IJzervlakte biedt.
Het monument werd in 1973 – 1974 grondig gerestaureerd. Elke eerste zondag van augustus wordt hier het Nationaal Huldebetoon aan Z.M. Koning Albert I en de helden van de IJzer gehouden.

Koning Albert I Monument

Onze-Lieve-Vrouwekerk (Willem De Roolaan-Kerkstraat-O.L.V.-straat)

De gotische hallenkerk uit de 17e eeuw werd volledig vernield tijdens de Eerste Wereldoorlog. Ook het rijke kerkmeubilair ging toen verloren. Vlaams architect Jozef Viérin zorgde tussen 1920 en 1921 voor de heropbouw van het gebouw, zoals het was in de periode na de restauratie van 1899-1905. Na deze restauratie is aan de zuidkant een zuil overgebleven die herinnert aan de vierde kerkbeuk die in 1834 werd afgebroken.

De neogotische kerktoren dateert van 1952 en herbergt de beiaard: een diachromatische vieroctaafsbeiaard van 1407 kg en met 67 klokken. Voor de Eerste Wereldoorlog stond hier een renaissancetoren uit de 17e eeuw. De beiaardtoren werd door de Belgische Genietroepen op 17 oktober 1914 opgeblazen met dynamiet. Enkel wat stukken brons, beschadigde klokken en de handbeschermers van Louis Deschieter – dit was de laatste vooroorlogse beiaardier - zijn bewaard kunnen blijven.

De beiaardtraditie werd in 1952 na 35 jaar terug opgenomen. Zowel de architectuur van de toren als de klokkenreeks en de stemming van de beiaardklok wijken echter af van de voorgaande. De huidige toren werd in de stijl van het kerkgebouw opgebouwd. Klokgieter Marcel Michiels Jr. uit Doornik goot de 67 klokken. Ze werden gestemd volgens de Pythagorese stemming, dus met 17 klokken per octaaf. In 1992 werd de ganse installatie, met uitzondering van de klokken, vernieuwd.

De grote brandglasramen binnen behoren tot de meest waardevolle schatten van het interieur en stellen, naast een aantal klassiek bijbelse thema's, ook plaatselijke historische gebeurtenissen voor.

Onze-Lieve-Vrouwekerk

Sluizencomplex de Ganzepoot

De vannen of uitlaatsluizen van het complex maken mogelijk dat de lage polders zich kunnen ontdoen van het overtollige water, terwijl de sluizen het waterpeil van de kanalen ten behoeve van de scheepvaart regelen. De deuren van de vannen zijn bij vloed gesloten, bij eb worden ze geopend om het overtollige water naar zee te loodsen. De eigenlijke sluizen worden gebruikt voor het versassen van schepen. Via de “Ganzepoot” staat de Havengeul in verbinding met liefst zes verschillende verkeers- en/of drainagerichtingen. Van noord naar zuid hebben we achtereenvolgend:
Het Nieuw Bedelfverlaat: een afwateringskanaaltje van de polders; De Gravensluis: het kanaal Nieuwpoort-Plassendale vormt een ontsluiting naar de Oostkust toe; Het Springverlaat: de kreek van Nieuwendamme is een voormalige, meanderende loop van de IJzer en verzorgt de afwatering van de Nieuwlandpolder; De Iepersluis: naar de Ijzer en het Spaarbekken; Veurne-Ambachtverlaat: afwatering in verbinding met de Noordvaart en de Slijkvaart en De Veurnesluis: kanaal Nieuwpoort-Duinkerke.

De Ganzenpoot

Spoorwegbedding 'De Frontzate'

Spoorlijn 74 was de spoorlijn die Kaaskerke (bij Diksmuide) met Nieuwpoort-Bad verbond. De lijn was 15,8 km lang. Deze spoorlijn wordt de "Frontzate" genoemd, omwille van het belang van deze spoorlijn in de Eerste Wereldoorlog. Toen de IJzervlakte onder water werd gezet, was de spoorwegberm de grens van het ondergelopen gebied. Het Belgische leger trok zich achter de spoorlijn terug en legde er schuilplaatsen aan. De meeste werden vervaardigd uit baksteen en zijn grotendeels ingegraven in de spoorwegberm. In de loop van de oorlog werden er enkele vervangen door betonnen bunkers. Tijdens de Tweede Wereldoorlog bouwden de Duitsers nog een aantal mitrailleurposten langs de spoorwegbedding.

Na de oorlog raakten deze relicten geleidelijk aan in verval door insijpelend regenwater, vorstschade, vandalisme en andere factoren. Samen met het oude stationsgebouw van Ramskapelle hebben de bunkers, mitrailleurposten en schuilplaatsen nu een behandeling gekregen om verdere achteruitgang tegen te gaan.

Spoorwegbedding 'De Frontzate'

St.-Bernarduskerk (Albert I Laan)

De Sint-Bernarduskerk staat aan het Sint-Bernardusplein en is amper enkele tientallen meters van de zeedijk verwijderd. Het is een neoromaans gebedshuis uit 1923, gebouwd ter vervanging van een gelijkaardig gebouw uit 1877. Niet alleen tijdens de Eerste, maar ook aan het eind van de Tweede Wereldoorlog werd de kerk van Nieuwpoort-Bad zwaar beschadigd. De herstellingen van 1947 bepalen dan ook mee het huidig uitzicht. De gevels in gele baksteen rusten op een arduinen sokkel. Het stilistisch onderscheid met de gotische kerken van Nieuwpoort-Stad , Ramskapelle en Sint-Joris is in één oogopslag duidelijk. In de Romaanse stijl domineert immers de rondboog terwijl de ornamentiek doorgaans minimaal is. Nochtans is de stijlzuiverheid enigszins geschaad door het gebruik van steunberen tegen de torenromp en de zijbeuken, een element uit de gotiek.

Sint-Bernarduskerk

St.-Joriskerk (Sint-Jorisplein)

Gebouwd in neo-Vlaamse renaissancestijl. Het tweebeukig bakstenen gebedshuis is een gedeeltelijke kopie van de tijdens de Eerste Wereldoorlog verwoeste parochiekerk, die ongeveer 700 meter meer oostwaarts in ’t Oud Sint-Joris stond.

Sint-Joriskerk

St.-Laurentiustoren of Duvetorre (Willem de Roolaan)

De Sint-Laurentiustoren is een overblijfsel van de voormalige Sint-Laurentiuskerk. De kerk werd vermoedelijk gebouwd in 1281. Dit gebouw is getuige van een groot deel van de Nieuwpoortse geschiedenis. In 1383 werd ze verwoest en in 1384 omgebouwd tot versterkte waterburcht. Filips de Stoute maakte er in 1383 een kasteeltje van. In de 16e eeuw werd het een militair kwartier van de Spanjaarden. Tijdens de Hollandse periode van 1816 tot 1822 werden de oude kerkmuren gesloopt, de toren werd met een derde verlaagd en het metselwerk werd een stevige kruittoren van vijf verdiepingen. Tijdens de eerste wereldoorlog gebruikten de geallieerden de toren als uitkijkpost, in 1916 werd de toren beschoten door de Duitsers en kreeg zo zijn huidige vorm.

In de volksmond wordt de toren ‘Duvetorre’ genoemd, omdat Jeanne Panne, de heks van Nieuwpoort, hier haar afspraakjes met de duivel hield.

Duvetorre

De Stadshalle en de belforttoren (marktplein)

De Nieuwpoortse graanhalle behoort tot het type van kleinere Vlaamse hallen uit de middeleeuwen. De laatgotische stijl doet vermoeden dat dit pand omstreeks 1480 werd gebouwd. Het bloeiende handelsverleden van onze kuststad beklemtoont dat er sprake was van een halle in Nieuwpoort in 1280. Zeker is dat de inkomsten van de halle in 1292 werden gebruikt voor de bouw van de nieuwe Sint-Laurentiuskerk, de huidige Duvetorre.
De halle komt opnieuw ter sprake bij het innen van de grafelijke belasting in 1313.
Na de brandramp in 1383, toen een groot deel van de stad vernield was, fungeerde de halle zelfs tijdelijk als stadhuis.
Ook de Stadshalle ontsnapte niet aan de vernielingen tijdens de Eerste Wereldoorlog. Een lading dynamiet van het Belgisch leger rukte hem op 17 oktober 1914 tijdelijk uit het stadsbeeld weg. De heropbouw gebeurde tussen 1920 en 1923 in originele stijl en met hetzelfde materiaal, onder leiding van architect Jozef Viérin. Het gelijkvloers werd toen weer als boter- en eiermarkt gebruikt, terwijl op de eerste verdieping muzikale activiteiten plaatsvonden.
Na het herstel van de schade uit de Tweede Wereldoorlog werd de benedenverdieping in 1956 ingericht als museum van vogels en schaaldieren. Er hing een panoramisch schilderdoek van 60 meter lang, dat in 1986 door Marc Bollion gerestaureerd werd. In 1972 werd in de bovenzaal van de stadshalle het museum voor geschiedenis en volkskunde ondergebracht. Na de restauratie in de jaren negentig verdwenen deze musea.

Boven de halle torent de vierkante, laatgotische belforttoren van 35 meter hoog uit. In deze toren hing de beiaard tot ze in 1675 naar de Onze-Lieve-Vrouwekerk werd overgeplaatst. In het lijstwerk van ramen, deuren, nissen en galmgaten herken je ook hier meerdere boogtypes: de rondboog, de spitsboog en de korfboog wisselen elkaar af. Deze verscheidenheid getuigt van de bewogen bouwgeschiedenis die de Nieuwpoortse architectuur in het tweede millennium kende: bij een restauratie kopieerde men zoveel mogelijk het originele concept, maar dikwijls werden ook verbouwingen en aanpassingen uitgevoerd. Die vier achtzijdige hoektorentjes vertonen een sterke gelijkenis met deze van de Onze-Lieve-Vrouwekerk: hogels en kruisbloemen dragen hun steentje bij tot de decoratieve afwerking. Boven op de piramidale, bakstenen torenspits prijkt een windwijzer met symbolen van het stadswapen: een schip en een leeuw.


Het belfort staat sinds 1999 samen met 23 andere belforttorens in Vlaanderen ingeschreven op de Werelderfgoedlijst van Unesco. De Stadshalle wordt nu vooral gebruikt als ontvangst- en tentoonstellingsruimte.

Stadshalle

Stadhuis (marktplein)

Het huidige stadhuis op het marktplein werd in 1922 gebouwd. Het oude stadhuis dat zich oorspronkelijk in de Langestraat bevond, werd verwoest tijdens de Eerste Wereldoorlog. Bij de wederopbouw van de stad wilde men alle belangrijke openbare gebouwen op en rond het marktplein concentreren. Vier handelsgezinnen moesten hun woning op het marktplein verlaten om plaats te maken voor het nieuwe stadhuis.
Bouwkundig behoort het stadhuis tot de neo-Vlaamse renaissancestijl waarvan o.a. de trapgevels en korfbogen een kenmerk zijn. Boven de korfboogdeur aan de ingang is het vroegere wapenschild van de stad aangebracht: een afbeelding van een ploegende boer en een visser met een anker. Bovenaan staan de woorden ‘Novus Portus’, de Latijnse benaming van de stad.
In het gebouw bevindt zich een rijke verzameling kunstwerken waaronder etsen, tekeningen, aquarellen, schilderijen en beeldhouwwerken.

In het stadhuis zijn verschillende stedelijke diensten gevestigd, waaronder de dienst toerisme op het gelijkvloers.

In het vroegere stadhuis in de Langestraat bevindt zich nu het politiecommissariaat.

Stadhuis Nieuwpoort

Staketsel

Het Nieuwpoortse staketsel werd gebouwd in 1865 en na beide wereldoorlogen heropgebouwd. Het Westerstaketsel is 490m lang, terwijl het Oosterstaketsel een lengte van 543 m heeft.

Staketsel

Voormalig station van Ramskapelle

Het station deed tijdens de Eerste Wereldoorlog dienst als observatiepost langs de frontlijn. Van hieruit had men een uitstekend zicht op de weidse watervlakte, waarin enkel de toppen van de hoeves zichtbaar waren. De resten van de observatiepost zijn nu nog te zien in de tuin van het station van Ramskapelle. Enkele betonplaten, nu gebruikt als tuinpad, dragen de volgende data: 3 november, 11 november en 22 november 1917. Hieruit blijkt dat men geregeld verstevigingswerken heeft laten uitvoeren.

Voormalig station van Ramskapelle

Vierboete (schiereiland Kromme Hoek)

Als het gevolg van het verlies van vele documenten uit de 13de en 14de eeuw zijn er niet zoveel gegevens meer gekend over de Vlaamse vuurtorens uit deze periode. Vanaf de 15de eeuw echter wel. Zo vindt men documenten terug waaruit blijkt dat Nieuwpoort in 1306 over twee vierboeten beschikte. De “Vierboete” op de Kromme Hoek bij de Vlotkom was één van de twee vuurtorens die door Gwijde van Dampierre in 1284 werd opgericht. Het kleinste vuurbaken werd afgebroken in 1794. De grootste hield stand tot de Belgische Genie hem op 17 oktober 1914 opblies. Het was een zeskantige toren van dertig meter hoog.

Villa Hurlebise (hoek Albert I laan- Lombardsijdestraat)

Villa Hurlebise is een hoekhuis in neobarokstijl met art-deco invloeden. Het huis werd heropgebouwd in 1925. Het is een voorbeeld van het elitaire kusttoerisme in Nieuwpoort.

Villa Hurlebise

Vismijn (Kaai)

De huidige vismijn kwam in twee fasen tot stand. Het oorspronkelijk gebouw uit 1952-53 werd in 1971-72 tot zijn huidige afmetingen vergroot. Het gebouw is eigendom van de stad Nieuwpoort. In de feestzaal op de eerste verdieping worden tentoonstellingen, feesten en fuiven georganiseerd.

Vismijn

Vredegerecht (Langestraat)

Voor 1914 was dit het stadhuis. Momenteel zijn in dit pand het vredegerecht en het politiecommissariaat gehuisvest. Het bakstenen gebouw werd in 1924 gerestaureerd, het classicistisch uitzicht uit 1714 stond hierbij model. Architecturaal is het van belang omdat in het huidig stadsbeeld weinig classicistische gebouwen bewaard bleven.
Boven de ingang stond een madonnabeeld met kind van Pieter Braecke. In 1988 werd een kopie in de nis geplaatst.Tegen de voorgevel hangt een bronzen plaat met o.m. de volgende tekst "Verbroedering van den opnemingsdienst-der-artillerie 1914-1918". Binnen verhaalt de tekst van een infopaneel hoe het rijke archief van Nieuwpoort in 1914 werd gered.

Vredegerecht

Vuurtoren (rechteroever Ijzermonding)

De oorspronkelijke vuurtoren dateert uit 1881 en werd herbouwd in 1923. De toren werd opgeblazen met dynamiet in september 1944. De huidige vuurtoren werd in gebruik genomen in 1949 en is 27 meter hoog. Sinds 1963 werkt de vuurtoren met een elektronische afstandsbediening vanuit het gebouw van het Loodswezen.

Vuurtoren

White Residence (Zeedijk)

Het gebouw White Residence werd vroeger Le Grand Hotel genoemd. De monumentale en beschermde gevels uit 1924 zijn naar een ontwerp van architect A. Lagache gebouwd. Het zijn grijze gevels uit natuursteen en bepleisterde baksteen. Het gebouw is gedecoreerd met op de barok geïnspireerde ornamenten, balkons en balusters, guirlandes, medaillons, festoenen en bloemmotieven, geprofileerde bogen en beelden.

White Residence

Belgische militaire begraafplaats Ramskapelle

In Ramskapelle ligt een Belgische militaire begraafplaats met 632 grafstenen. Achter de indrukwekkende voormuur staan negen boogvormige rijen grafstenen. Ze zijn uit blauwe hardsteen gemaakt, dragen een metalen driekleur en een bronzen identificatieplaat.

Belgische militaire begraafplaats Ramskapelle

Ramscappelle road military cemetery

Van juni tot november 1917 hield het Britse XV Corps de frontlijn vanaf de kust tot aan Sint-Joris Ramskapelle. Het grootste deel van de bijzettingen in Plot I werd verricht in juli en augustus 1917. Na de oorlog kwam er een aanzienlijke uitbreiding door de ontruiming van andere begraafplaatsen in de omgeving.

Er worden nu 841 Commonwealthdoden herdacht. 312 ervan zijn niet-geïdentificeerd. 'Special memorials' herdenken 2 slachtoffers "Known/Believed to be buried in this cemetery". Er staan ook 'special memorials' voor 26 slachtoffers die in Nieuwpoort of Nieuwpoort-Bad werden begraven, maar van wie het graf door artillerievuur vernield werd.

Ramscappelle road military cemetery

Vorige maand Volgende maand mei 12
ma di wo do vr za zo
  1 2 3 4 5 6
7 8 9 10 11 12 13
14 15 16 17 18 19 20
21 22 23 24 25 26 27
28 29 30 31      
Schrijf je in Cultuuragenda 14-18